Seniorenwoningen risico
De brandweeracademy en de Nederlandse Brandwondenstichting hebben geconstateerd dat 65+ers vaker bij brand betrokken zijn en ook vaker gewond raken. Er vallen door branden ook veel meer dodelijke slachtoffers onder de 65+ers dan onder de mensen die jonger zijn. Daarnaast is het ook zo dat ze, als ze het wel overleven, het herstel veel langer duurt. Deze conclusie in combinatie met de toenemende vergrijzing en de wens om steeds langer zelfstandig te blijven wonen was voor de brandweeracademie aanleiding dit te onderzoeken. Het resultaat staat in het rapport “Brandveiligheid en vergrijzing” dat bij het Instituut Fysieke veiligheid kan worden besteld.
Onder aan de streep moeten we constateren dat er een noodzaak is om extra aandacht te geven aan de brandveiligheid van seniorenwoningen. Op deze pagina worden de risico’s en de oorzaak van de toename benoemd.

Vergrijzing:
Na WW2 tussen 1945 tot 1955 was er een grote geboortegolf, dit is de generatie van de babyboomers. Deze zijn in 2025 tussen de 65 en 75 jaar, maar omdat de levensverwachting door goede gezondheidszorg toeneemt, zullen ze steeds ouder worden. Tegelijk zijn gezinnen door de toenemende welvaart steeds kleiner geworden en werden er na die periode steeds minder kinderen geboren. De combinatie van al deze factoren zorgen ervoor dat ouderen een steeds groter deel van de samenleving gaan vormen.
Op de site van het CPB kan je de bevolkingspiramide zien van 1950 tot 2070. Hieronder 3 voorbeelden waaruit je al kunt opmaken dat de 70+ ers een steeds groter deel van de bevolking gaat vormen.
Omdat dit deel deel van de bevolking ook steeds langer zelfstandig zal blijven wonen, zal er ondanks de toenemende gezondheid, ook steeds meer vraag komen naar veiligheid in de woning. Bovendien heeft een aanzienlijk deel van deze groep het financieel niet slecht en de focus van besteding verschuift meer naar persoonlijke veiligheid.
Kortom voor ontwikkelaars, bouwers en verhuurders zijn er behalve sociale ook economische redenen om te kijken naar het verhogen van de veiligheid in woningen en wooncomplexen.



Risicofactoren
Bij de woningbouw gaat men uit van zelfredzaamheid van de bewoners. Ook als er kleine kinderen zijn, zullen de meeste ouders deze niet zonder toezicht alleen laten en bij calamiteiten zullen ze hun kinderen meenemen naar veiligheid.
Bij zelfstandig wonende ouderen ligt dit wat complexer:
De reactiesnelheid en mobiliteit zal wat afnemen, waardoor men bij een calamiteit meer tijd nodig heeft om in veiligheid te komen.
Men kan afhankelijk worden van hulpmiddelen zoals scootmobielen, maar deze zijn niet geschikt voor trappen. Dus als de lift door een brand niet meer gebruikt kan of mag worden is de vluchtweg al geblokkeerd.
De hulpmiddelen kunnen op zich al het risico verhogen. Een scootmobiel is een elektrisch voertuig en deze kunnen spontaan ontbranden en snel veel dikke en giftige rook veroorzaken. Als dit in een vluchtweg gebeurd is, ben je al snel kansloos.
In woningen worden 230V of batterijrookmelders voorgeschreven. Deze geven een hoog geluid bij een alarmering, maar dit geluid valt voor sommige ouderen boven de gehoorgrens. Dus worden ze niet tijdig gealarmeerd.
Longziekten of hartkwalen kunnen ervoor zorgen dat ze eerder en heftiger last hebben van rookverschijnselen. Daar waar een jong en gezond persoon nog door wat rook kan vluchten zal dit voor een ouder iemand misschien niet meer mogelijk zijn.
Daarnaast kunnen dementie, vergeetachtigheid, trage reactiesnelheid of slaperigheid ook zorgen voor een verhoging van het risico, denk aan een gaspit die aan blijft staan, in slaap vallen tijdens het roken, het omstoten van een kaars e.d.
Cascademodel
Om het risico te beperken kunnen we kijken naar het “Cascademodel”, dit houdt in dat we kijken naar de bron waar de brand begint en dan telkens kijken naar de volgende stap van de brand. De gedachte is dat we op elke punt maatregelen kunnen nemen om te voorkomen dat we bij de volgende stap/fase terecht komen.
| Stap | Actie | |
| Ontstaan | Voorkomen van brand | |
| Brand in voorwerp | Brand dooft in voorwerp | |
| Brand in ruimte | Brand dooft in ruimte | |
| Brand in woning | Brand dooft in woning | |
| Brand buiten woning |

Risicobeperking:
De risico’s nemen toe, maar gelukkig zijn er ook Bouwkundige-, Organisatorische- en Installatietechnische mogelijkheden om de risico’s te beperken.
- In plaats van batterij of 230 Volt rookmelders kunnen er brandmeldinstallaties worden toegepast in wooncomplexen, dit vergroot de hoorbaarheid binnen de woningen, maar geeft ook meer mogelijkheden om anderen te alarmeren. Verder bewaken deze systemen zichzelf en kunnen storingen tijdig gemeld worden. Ook is het mogelijk om allerlei sturingen te verrichten.
- Door een Brandmeldinstallatie in bijv. parkeergarages te koppelen op intercomsystemen van bovenliggende woningen kunnen bewoners geïnformeerd worden over brandmeldingen.
- Gebruik van bij brand zelfsluitende toegangsdeuren kan de verspreiding van rook worden beperkt.
- Scootmobielen kunnen in aparte brandwerende (bewaakte) compartimenten worden geparkeerd.
- Risico’s op brand kunnen ook beperkt worden door bijv:
- Over te schakelen naar elektrisch koken.
- Niet brandbare of brandvertragende stoffen te gebruiken in slaapkamers en kleding.
- Geen elektrische apparaten laden in slaapkamers en ’s nachts.
- Afspraken maken met buren over assistentie bij ontruimen.
- Plannen maken over handelwijze bij brand; ontvluchten of “stay in place”.
- Rookwerend maken van deuren.
Vluchten of blijven
Bij de bouw van woningen is het uitgangspunt dat bewoners zelfredzaam zijn, bij de senioren kan dit in toenemende mate in probleem zijn. Het concept: “Stay in place” kan dan ook een goed alternatief lijken, maar daar moet het pand dan wel op zijn afgestemd. Uiteraard kan het een verstandige persoonlijke keuze zijn, om niet te vluchten, maar tenzij het pand hierop is ingericht, is het minder veilig in vergelijking tot het vluchten door zelfredzame personen. Als u als ouder zelfstandig woont is het verstandig om met buren te overleggen hoe zij u kunnen helpen bij een calamiteit.
